Brede welvaart als veranderpraktijk

Een kompas voor openbaar bestuur

Een boer die nadenkt over de toekomst van zijn bedrijf. Een jonge woningzoekende die maar geen betaalbaar huis vindt. Een zorgmedewerker die de werkdruk ziet oplopen. Het zijn voorbeelden van de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Van landbouw en wonen tot zorg, weerbaarheid en migratie: over wat precies het probleem is en wat de beste aanpak is, bestaat zelden consensus. Wat deze opgaven gemeen hebben, is dat ze samenkomen in de regio, elkaar raken en zich niet laten vangen in één beleidsdomein of oplossen met één maatregel [1]. Tegelijkertijd botsen belangen, zijn ruimte en middelen schaars en zijn bestaande werkwijzen diep verankerd in organisaties en instituties.

Door: Susanne Agterbosch, Mariëlle Blanken en Marleen van der Haar

Brede welvaart helpt om deze opgaven vanuit verschillende perspectieven te bekijken, verbanden en afruilen zichtbaar te maken en andere vragen te stellen. Voor wie pakt een maatregel goed uit? Waar en wanneer zijn de gevolgen merkbaar? En hoe zijn lusten en lasten verdeeld? Zulke vragen helpen om opgaven beter te doorgronden en nieuwe oplossingen te vinden.

De ervaring leert dat dat nooit in één grote beweging gaat. Verandering begint kleiner: met een andere vraag aan tafel, een perspectief dat eerder niet werd meegenomen, de bereidheid om een keuze opnieuw te wegen en beslissers die daar vervolgens naar handelen. Zulke kleine, betekenisvolle stappen lijken afzonderlijk bescheiden, maar kunnen samen leiden tot diepgaande verandering.

In dit magazine laten we aan de hand van vier voorbeelden zien hoe een brede blik op maatschappelijke opgaven kan leiden tot nieuwe werkwijzen en kan bijdragen aan diepgaande verandering in het openbaar bestuur. Twee voorbeelden laten zien hoe verandering op gang komt vanuit een gemeente of provincie. De andere twee laten zien welke vernieuwende praktijken vanuit de samenleving ontstaan en wat het openbaar bestuur daarvan kan leren.

Een weg op Texel gaat langzaam de hoek om.
Foto: Stephan Frolov / Unsplash

Van meten, naar inzicht en verandering: hoe de praktijk zich ontwikkelt

Brede welvaart steeds beter in beeld

Al ruim vijftig jaar is er in wetenschap en beleid aandacht voor een welvaartsbegrip dat verder kijkt dan economische groei. Het gedachtegoed van de Club van Rome, vastgelegd in Grenzen aan de groei (1972), maakte duidelijk dat welvaart ook gaat over kwaliteit van leven, een eerlijke verdeling en de belangen van toekomstige generaties. Het perspectief heeft zich sindsdien verder ontwikkeld, met als kern oog voor het geheel en voor wat mensen nodig hebben om goed te kunnen leven, in hun sociale én fysieke omgeving. In het licht van de toenemende klimaatproblemen en ongelijkheden is deze bredere kijk op welvaart urgenter dan ooit.

Verschillende hoofdpublicaties in de geschiedenis van brede welvaart.

Die bredere blik wordt steeds beter zichtbaar in de praktijk. Gemeenten, regio’s en provincies brengen steeds vaker in kaart hoe het ervoor staat en hoe brede welvaart zich ontwikkelt. De Regionale Monitor Brede Welvaart en het Regiokompas Brede Welvaart bieden daarbij een belangrijk vertrekpunt. De cijfers laten zien hoe de brede welvaart zich ontwikkelt, waar verschillen tussen gebieden zitten en hoe thema’s als gezondheid, wonen, milieu en sociale samenhang met elkaar samenhangen.

Aanvullend aan deze cijfers groeit de aandacht voor de vraag hoe inwoners hun eigen leven en leefomgeving ervaren. Provinciale monitors, zoals de Brabantse Monitor Brede Welvaart en vergelijkbare monitors in Flevoland, Utrecht en Zeeland, vullen de objectieve gegevens aan met onderzoek naar hoe inwoners hun leven en leefomgeving ervaren. Vervolgens worden cijfers en ervaringen steeds vaker samen besproken, bijvoorbeeld aan dialoogtafels en tijdens werksessies met inwoners, professionals en bestuurders. Zo verschuift het gesprek van hoe staat een regio, gemeente of een buurt ervoor? naar wat betekent dat voor mensen die er wonen? en ontstaat meer inzicht in wat inwoners van waarde vinden.

Mensen aan het werk in een dialoogsessie.
Foto: Fred Libochant

Een dialoogsessie van de provincie Zuid-Holland biedt hen de kans om de diepte in te gaan, aanvullend op beschikbare data over brede welvaart.

Daarmee helpt brede welvaart om verschillende aspecten van kwaliteit van leven in samenhang te bekijken en het gesprek te voeren over wat er in een gebied nodig is volgens inwoners en besluitvormers. De praktijk heeft hierin de afgelopen jaren duidelijke stappen gezet: van het beter in beeld brengen van brede welvaart en het verdiepen van de cijfers met ervaringen, naar een beter begrip van wat er achter de cijfers schuilgaat. De volgende stap is om deze inzichten niet alleen mee te nemen in ambities, maar ze ook te laten doorwerken in keuzes, besluitvorming en de dagelijkse praktijk.

De ambitie is er, de doorwerking blijft achter

Op verschillende plekken wordt geëxperimenteerd met wat een bredere blik betekent voor het werk, en wordt hiermee geoefend aan de hand van concrete opgaven. Instrumenten zoals de Brede Welvaartsscan en een Theory of Change helpen om ambities te vertalen naar acties2. Ook het Nationaal Netwerk Brede Welvaart en het Brabants Netwerk Brede Welvaart stimuleren kennisuitwisseling en gezamenlijk leren.

Maar een ambitie formuleren is iets anders dan ernaar handelen. Werken vanuit een verbreed perspectief vraagt om transparante afwegingen, verantwoording en aandacht voor brede welvaart in toezicht en evaluatie. Ook vraagt het om een gedeelde taal en cultuur, zodat het werken aan brede welvaart onderdeel wordt van het dagelijks werk en niet afhankelijk blijft van een enthousiast team of tijdelijk project.

Die verandering kan niet in één keer plaatsvinden. Juist kleine, concrete stappen kunnen bijdragen aan een andere manier van werken. Maar wanneer maken zulke stappen echt verschil? En hoe kunnen ze bijdragen aan diepgaande verandering in het openbaar bestuur? Het werk van bestuurskundige Katrien Termeer biedt aanknopingspunten om dat te begrijpen.

Een trapje naar een wijds veld.
Foto: Ries Bosch

Kleine stappen naar diepgaande bestuurlijke verandering

In haar boek Kleine stapjes, grote veranderingen (2025)3 laat Katrien Termeer zien hoe betekenisvolle kleine stappen (small wins) beweging kunnen brengen in de aanpak van weerbarstige maatschappelijke vraagstukken. Grote ambities, zoals een circulaire samenleving of een duurzaam voedselsysteem, zijn immers niet in één keer te realiseren. Verandering ontstaat vaak geleidelijk, wanneer mensen anders naar een vraagstuk kijken, nieuwe manieren van werken uitproberen en erin slagen die veranderingen verder te brengen.

Een vraagstuk anders begrijpen

De manier waarop we naar een maatschappelijke opgave kijken, bepaalt mede welke oplossingen we zien en welke keuzes we maken. Welke oorzaken zien we als bepalend? Wiens belangen tellen mee en welke mogelijkheden blijven buiten beeld? In de beleidswetenschap heet dit framing: de manier waarop we een vraagstuk inkaderen en betekenis geven.

Carol Bacchi (1999)4 laat zien dat beleid altijd een bepaalde voorstelling van het probleem bevat. Die voorstelling stuurt mede welke oplossingen in beeld komen. Ook Martin Rein en Donald Schön (1994)5 laten zien hoe verschillende manieren om een probleem te begrijpen tot heel andere beleidskeuzes kunnen leiden. Een klassiek voorbeeld is de manier waarop dakloosheid in Massachusetts tot een beleidsimpasse leidde. Ze leggen uit hoe twee tegenover elkaar staande benaderingen van het vraagstuk daaraan ten grondslag lag: dakloosheid als zorgvraagstuk en als huisvestingsvraagstuk. Vanuit het eerste perspectief lag de nadruk op begeleiding en behandeling; vanuit het tweede op toegang tot betaalbare woningen.

Een vraagstuk dat vooral economisch wordt benaderd, kan er anders uitzien wanneer ook gezondheid, leefomgeving, sociale samenhang en de belangen van toekomstige generaties worden meegewogen. Een vraagstuk anders begrijpen betekent niet dat het ene perspectief simpelweg wordt vervangen door het andere. Het vraagt om verschillende perspectieven naast elkaar te zetten en zichtbaar te maken welke waarden, belangen en aannames achter keuzes schuilgaan. Het besef dat we een vraagstuk altijd vanuit een bepaald frame benaderen, biedt de mogelijkheid om kritisch te reflecteren op onze eigen manier van kijken en zo nodig van perspectief te wisselen. Dat kan nieuwe oplossingen in beeld brengen, maar ook bestaande afwegingen ter discussie stellen.

Een winkelstraat, ingekaderd door een poortje aan het einde van een tunnel.
Foto: Ilona Kravchuk

Ruimte creëren voor vernieuwing

Een ander perspectief leidt niet vanzelf tot anders handelen. Daarvoor is ook ruimte nodig om bestaande werkwijzen ter discussie te stellen en nieuwe aanpakken uit te proberen. Dat is niet altijd eenvoudig. Binnen organisaties en instituties bepalen gevestigde belangen, bestaande machtsverhoudingen en vaste procedures mede wat mogelijk is en welke geluiden worden gehoord. Soms zijn standvastige en moedige leiders nodig om ruimte te maken voor andere perspectieven en werkwijzen.

Vernieuwing ontstaat daarom vaak aan de randen van organisaties en instituties, of op plekken buiten het openbaar bestuur, bijvoorbeeld bij ondernemers of maatschappelijke initiatieven. Daar kunnen nieuwe ideeën en manieren van werken ontstaan die bestaande vanzelfsprekendheden ter discussie stellen en andere oplossingen voor maatschappelijke opgaven zichtbaar maken.

Vanuit brede welvaart is dan de vraag wat er in de praktijk verandert. Krijgen andere belangen een plek? Worden besluiten anders voorbereid of genomen? Zulke veranderingen kunnen klein beginnen, bijvoorbeeld met een andere vraag aan tafel of een nieuwe manier om inwoners bij een opgave te betrekken. De betekenis zit niet alleen in het directe resultaat, maar ook in wat zo’n verandering mogelijk maakt voor vervolgstappen.

Iemand zit op de rand van een kade.
Foto: Dick Hoogerdijk

Verandering verankeren

Een vernieuwende aanpak op één plek betekent nog niet dat een gehele organisatie of stelsel ook verandert. De uitdaging is om nieuwe inzichten en werkwijzen te laten doorwerken in andere onderdelen van organisaties en in de manier waarop besluiten worden genomen, uitgevoerd en geëvalueerd. Wat op één plek goed werkt, wordt immers niet automatisch elders overgenomen.

Ook voor brede welvaart is die doorwerking van belang. Kim Putters benadrukt in zijn oratie Navigeren op het smalle pad naar brede welvaart (2025)6 dat werken vanuit brede welvaart institutionele verandering vraagt, ondersteund door een cultuur die ruimte biedt aan transitie. Dat begint bij de vraag wat we als samenleving van waarde vinden en gezamenlijk willen beschermen of ontwikkelen (common goods). Het raakt daarmee aan fundamentele vragen: wie bepaalt wat belangrijk is en wie praat daarover mee? Hoe organiseren partijen hun samenwerking? En hoe zorgen we ervoor dat brede welvaart niet alleen een ambitie op papier blijft, maar ook terugkomt in de cultuur, structuren en dagelijkse werkwijze van organisaties?

Bouwvakkers in Den Bosch, pauze houdend op een steiger.
Foto: Artists Eyes

Kleine stappen kunnen hieraan bijdragen wanneer ze bestaande normen, routines of machtsverhoudingen veranderen. Termeer benadrukt dat small wins diepgaande verandering kunnen ondersteunen doordat ze nieuwe praktijken en samenwerkingen mogelijk maken en bestaande machtsrelaties en verdienmodellen veranderen (2025, p. 80). Het gaat dus niet alleen om kleine verbeteringen binnen de bestaande manier van werken, maar ook om stappen die die manier van werken zelf veranderen.

Waar verandering al vorm krijgt

Verandering krijgt concreet vorm in praktijken waarin mensen nieuwe manieren van werken, organiseren en besturen uitproberen. De vier voorbeelden in dit magazine laten zien hoe zulke veranderpraktijken er in de praktijk uitzien.

In Noord-Brabant verkent het Brabant Outcomes Fund hoe pioniers zoals Free Fashion ruimte kunnen krijgen om maatschappelijke oplossingen verder te ontwikkelen. De provincie Zuid-Holland onderzoekt hoe brede welvaart kan worden geïntegreerd in beleidsontwikkeling en besluitvorming. In Tilburg laat een verduurzamende wijkaanpak zien hoe een eerlijke verdeling van kansen soms vraagt om ongelijke investeringen. Tot slot laat het artikel over multifunctionele agrariërs zien hoe voedselproductie samen kan gaan met natuurbeheer, recreatie, zorg, kinderopvang en directe verkoop.

De voorbeelden maken duidelijk dat:

  1. Verandering begint met anders en breder kijken naar maatschappelijke opgaven.

    Of het nu gaat om de energietransitie, de landbouw of maatschappelijke ondernemers die hun weg zoeken in een systeem dat vooral is ingericht op financiële opbrengsten: in al deze praktijken staat een bredere kijk op maatschappelijke waarden centraal. Niet één doel of belang staat voorop. Juist het samenspel tussen economische, sociale en ecologische waarden krijgt aandacht.

  2. Deze veranderpraktijken maken verandering concreet.

    De voorbeelden laten zien dat het anders kan en hóe: door brede welvaart mee te nemen in beleidsontwikkeling, bewust te kiezen voor extra ondersteuning aan een specifieke groep bewoners, maatschappelijke functies te combineren op boerenerven of door nieuwe vormen van financiering te verkennen. Zo maken ze duidelijk dat verandering niet alleen denkbaar, maar ook uitvoerbaar is en de weg kan openen naar andere werkwijzen.

  3. Veranderpraktijken hebben een lerende overheid nodig.

    Veranderpraktijken vragen om ruimte om te experimenteren, maar worden pas structureel wanneer ook bestaande structuren en werkwijzen veranderen. De uitdaging is om vernieuwingen niet alleen te beoordelen op wat ze opleveren, maar ook te kijken hoe ze kunnen doorwerken in systemen waarin afwijkende werkwijzen niet vanzelfsprekend zijn. Dat vraagt om wendbaarheid, doorzettingsvermogen en frisse moed, maar ook om steun vanuit beleid en bestuur. Door te leren van ervaringen, verschillende perspectieven te verbinden en beleid en werkwijzen waar nodig aan te passen, kunnen kleine vernieuwingen stap voor stap bijdragen aan diepgaande verandering.

Een vergezicht van een veld in Berkel-Enschot
Foto: Marcel Smits

Wacht niet op de grote doorbraak

De waarde van veranderpraktijken zit niet alleen in de transities die ze op termijn mogelijk maken, maar ook in wat ze vandaag betekenen. Ze laten zien hoe maatschappelijke vraagstukken anders kunnen worden aangepakt, met meer oog voor de behoeften van mensen en hun leefomgeving. Dat begint soms van binnenuit, in het hart van het openbaar bestuur, en soms van onderop, vanuit de samenleving: met een andere vraag aan tafel, een nieuw perspectief in de besluitvorming of een werkwijze die ruimte biedt aan belangen die eerder buiten beeld bleven. Door van zulke ervaringen te leren, ze verder te ontwikkelen en ze op andere plekken toe te passen, kunnen kleine stappen elkaar versterken en bijdragen aan diepgaande verandering.

De oproep aan het openbaar bestuur is dan ook: laat je breed inspireren door wat er al gebeurt, begin waar je invloed hebt en bouw voort op wat werkt. Durf bestaande werkwijzen ter discussie te stellen en geef vernieuwing de ruimte om verder te groeien. Zo kan brede welvaart stap voor stap uitgroeien van een ambitie naar een vanzelfsprekend onderdeel van het openbaar bestuur.

dr. Susanne Agterbosch is directeur-bestuurder van Het PON & Telos, lid van de stuurgroep van het Nationaal Netwerk Brede Welvaart en het Programmaraad Brede Welvaart van Tilburg University. Ze werkt aan maatschappelijke vraagstukken waarin de verbinding tussen mens en leefomgeving centraal staat.

Portret van Susanne Agterbosch

dr. Mariëlle Blanken is senior adviseur-onderzoeker en socioloog. Ze is voortdurend op zoek naar zinvolle verbindingen tussen praktijk, beleid en wetenschap om actief bij te dragen aan een sociaal duurzame samenleving. Ze werkt onder andere aan de Brabantse Monitor Brede Welvaart, waarin objectieve data en subjectieve ervaringen van inwoners bij elkaar komen.

Portret van Mariëlle Blanken

dr. Marleen van der Haar is senior adviseur-onderzoeker en cultureel antropoloog. In haar onderzoek krijgt framing en betekenisgeving een centrale plek, waardoor ze verschillende perspectieven met elkaar laat spreken. Ze doet onder meer onderzoek naar gestapelde achterstand en arbeidsmigratie-vraagstukken.

Portret van Marleen van der Haar

Verwijzingen

  1. Martijn van der Steen, Christiaan van der Kaaij en Joks Janssen (2025). De kracht van híer. Over de centrale rol van decentraal bestuur. Den Haag: Nederlandse School voor Openbaar Bestuur.
  2. Zie ook: Brede welvaart in beleid: van ambitie naar actie (2023).
  3. Katrien Termeer (2025). Kleine stapjes, grote veranderingen. Betekenisvol werken aan maatschappelijke vraagstukken. Den Haag: Boom.
  4. Carol Bacchi (1999). Women, policy and politics. The construction of policy problems. London: Sage.
  5. Martin Rein & Donald Schön (1994). Frame reflection. Toward the resolution of intractable policy controversies. New York: Basis Books.
  6. Kim Putters (2025). Navigeren op het smalle pad naar brede welvaart. Oratie, Tilburg University.