Brede welvaart als veranderpraktijk
Een boer die nadenkt over de toekomst van zijn bedrijf. Een jonge woningzoekende die maar geen betaalbaar huis vindt. Een zorgmedewerker die de werkdruk ziet oplopen. Het zijn voorbeelden van de grote maatschappelijke opgaven van deze tijd. Van landbouw en wonen tot zorg, weerbaarheid en migratie: over wat precies het probleem is en wat de beste aanpak is, bestaat zelden consensus. Wat deze opgaven gemeen hebben, is dat ze samenkomen in de regio, elkaar raken en zich niet laten vangen in één beleidsdomein of oplossen met één maatregel [1]. Tegelijkertijd botsen belangen, zijn ruimte en middelen schaars en zijn bestaande werkwijzen diep verankerd in organisaties en instituties.
In dit magazine laten we aan de hand van vier voorbeelden zien hoe een brede blik op maatschappelijke opgaven kan leiden tot nieuwe werkwijzen en kan bijdragen aan diepgaande verandering in het openbaar bestuur. Twee voorbeelden laten zien hoe verandering op gang komt vanuit een gemeente of provincie. De andere twee laten zien welke vernieuwende praktijken vanuit de samenleving ontstaan en wat het openbaar bestuur daarvan kan leren.
Een dialoogsessie van de provincie Zuid-Holland biedt hen de kans om de diepte in te gaan, aanvullend op beschikbare data over brede welvaart.
De ambitie is er, de doorwerking blijft achter
Op verschillende plekken wordt geëxperimenteerd met wat een bredere blik betekent voor het werk, en wordt hiermee geoefend aan de hand van concrete opgaven. Instrumenten zoals de Brede Welvaartsscan en een Theory of Change helpen om ambities te vertalen naar acties2. Ook het Nationaal Netwerk Brede Welvaart en het Brabants Netwerk Brede Welvaart stimuleren kennisuitwisseling en gezamenlijk leren.
Maar een ambitie formuleren is iets anders dan ernaar handelen. Werken vanuit een verbreed perspectief vraagt om transparante afwegingen, verantwoording en aandacht voor brede welvaart in toezicht en evaluatie. Ook vraagt het om een gedeelde taal en cultuur, zodat het werken aan brede welvaart onderdeel wordt van het dagelijks werk en niet afhankelijk blijft van een enthousiast team of tijdelijk project.
Die verandering kan niet in één keer plaatsvinden. Juist kleine, concrete stappen kunnen bijdragen aan een andere manier van werken. Maar wanneer maken zulke stappen echt verschil? En hoe kunnen ze bijdragen aan diepgaande verandering in het openbaar bestuur? Het werk van bestuurskundige Katrien Termeer biedt aanknopingspunten om dat te begrijpen.
Een vraagstuk anders begrijpen
De manier waarop we naar een maatschappelijke opgave kijken, bepaalt mede welke oplossingen we zien en welke keuzes we maken. Welke oorzaken zien we als bepalend? Wiens belangen tellen mee en welke mogelijkheden blijven buiten beeld? In de beleidswetenschap heet dit framing: de manier waarop we een vraagstuk inkaderen en betekenis geven.
Carol Bacchi (1999)4 laat zien dat beleid altijd een bepaalde voorstelling van het probleem bevat. Die voorstelling stuurt mede welke oplossingen in beeld komen. Ook Martin Rein en Donald Schön (1994)5 laten zien hoe verschillende manieren om een probleem te begrijpen tot heel andere beleidskeuzes kunnen leiden. Een klassiek voorbeeld is de manier waarop dakloosheid in Massachusetts tot een beleidsimpasse leidde. Ze leggen uit hoe twee tegenover elkaar staande benaderingen van het vraagstuk daaraan ten grondslag lag: dakloosheid als zorgvraagstuk en als huisvestingsvraagstuk. Vanuit het eerste perspectief lag de nadruk op begeleiding en behandeling; vanuit het tweede op toegang tot betaalbare woningen.
Een vraagstuk dat vooral economisch wordt benaderd, kan er anders uitzien wanneer ook gezondheid, leefomgeving, sociale samenhang en de belangen van toekomstige generaties worden meegewogen. Een vraagstuk anders begrijpen betekent niet dat het ene perspectief simpelweg wordt vervangen door het andere. Het vraagt om verschillende perspectieven naast elkaar te zetten en zichtbaar te maken welke waarden, belangen en aannames achter keuzes schuilgaan. Het besef dat we een vraagstuk altijd vanuit een bepaald frame benaderen, biedt de mogelijkheid om kritisch te reflecteren op onze eigen manier van kijken en zo nodig van perspectief te wisselen. Dat kan nieuwe oplossingen in beeld brengen, maar ook bestaande afwegingen ter discussie stellen.
Ruimte creëren voor vernieuwing
Een ander perspectief leidt niet vanzelf tot anders handelen. Daarvoor is ook ruimte nodig om bestaande werkwijzen ter discussie te stellen en nieuwe aanpakken uit te proberen. Dat is niet altijd eenvoudig. Binnen organisaties en instituties bepalen gevestigde belangen, bestaande machtsverhoudingen en vaste procedures mede wat mogelijk is en welke geluiden worden gehoord. Soms zijn standvastige en moedige leiders nodig om ruimte te maken voor andere perspectieven en werkwijzen.
Vernieuwing ontstaat daarom vaak aan de randen van organisaties en instituties, of op plekken buiten het openbaar bestuur, bijvoorbeeld bij ondernemers of maatschappelijke initiatieven. Daar kunnen nieuwe ideeën en manieren van werken ontstaan die bestaande vanzelfsprekendheden ter discussie stellen en andere oplossingen voor maatschappelijke opgaven zichtbaar maken.
Vanuit brede welvaart is dan de vraag wat er in de praktijk verandert. Krijgen andere belangen een plek? Worden besluiten anders voorbereid of genomen? Zulke veranderingen kunnen klein beginnen, bijvoorbeeld met een andere vraag aan tafel of een nieuwe manier om inwoners bij een opgave te betrekken. De betekenis zit niet alleen in het directe resultaat, maar ook in wat zo’n verandering mogelijk maakt voor vervolgstappen.
Verandering verankeren
Een vernieuwende aanpak op één plek betekent nog niet dat een gehele organisatie of stelsel ook verandert. De uitdaging is om nieuwe inzichten en werkwijzen te laten doorwerken in andere onderdelen van organisaties en in de manier waarop besluiten worden genomen, uitgevoerd en geëvalueerd. Wat op één plek goed werkt, wordt immers niet automatisch elders overgenomen.
Ook voor brede welvaart is die doorwerking van belang. Kim Putters benadrukt in zijn oratie Navigeren op het smalle pad naar brede welvaart (2025)6 dat werken vanuit brede welvaart institutionele verandering vraagt, ondersteund door een cultuur die ruimte biedt aan transitie. Dat begint bij de vraag wat we als samenleving van waarde vinden en gezamenlijk willen beschermen of ontwikkelen (common goods). Het raakt daarmee aan fundamentele vragen: wie bepaalt wat belangrijk is en wie praat daarover mee? Hoe organiseren partijen hun samenwerking? En hoe zorgen we ervoor dat brede welvaart niet alleen een ambitie op papier blijft, maar ook terugkomt in de cultuur, structuren en dagelijkse werkwijze van organisaties?
De voorbeelden maken duidelijk dat:
-
Verandering begint met anders en breder kijken naar maatschappelijke opgaven.
Of het nu gaat om de energietransitie, de landbouw of maatschappelijke ondernemers die hun weg zoeken in een systeem dat vooral is ingericht op financiële opbrengsten: in al deze praktijken staat een bredere kijk op maatschappelijke waarden centraal. Niet één doel of belang staat voorop. Juist het samenspel tussen economische, sociale en ecologische waarden krijgt aandacht.
-
Deze veranderpraktijken maken verandering concreet.
De voorbeelden laten zien dat het anders kan en hóe: door brede welvaart mee te nemen in beleidsontwikkeling, bewust te kiezen voor extra ondersteuning aan een specifieke groep bewoners, maatschappelijke functies te combineren op boerenerven of door nieuwe vormen van financiering te verkennen. Zo maken ze duidelijk dat verandering niet alleen denkbaar, maar ook uitvoerbaar is en de weg kan openen naar andere werkwijzen.
-
Veranderpraktijken hebben een lerende overheid nodig.
Veranderpraktijken vragen om ruimte om te experimenteren, maar worden pas structureel wanneer ook bestaande structuren en werkwijzen veranderen. De uitdaging is om vernieuwingen niet alleen te beoordelen op wat ze opleveren, maar ook te kijken hoe ze kunnen doorwerken in systemen waarin afwijkende werkwijzen niet vanzelfsprekend zijn. Dat vraagt om wendbaarheid, doorzettingsvermogen en frisse moed, maar ook om steun vanuit beleid en bestuur. Door te leren van ervaringen, verschillende perspectieven te verbinden en beleid en werkwijzen waar nodig aan te passen, kunnen kleine vernieuwingen stap voor stap bijdragen aan diepgaande verandering.
dr. Susanne Agterbosch is directeur-bestuurder van Het PON & Telos, lid van de stuurgroep van het Nationaal Netwerk Brede Welvaart en het Programmaraad Brede Welvaart van Tilburg University. Ze werkt aan maatschappelijke vraagstukken waarin de verbinding tussen mens en leefomgeving centraal staat.
dr. Mariëlle Blanken is senior adviseur-onderzoeker en socioloog. Ze is voortdurend op zoek naar zinvolle verbindingen tussen praktijk, beleid en wetenschap om actief bij te dragen aan een sociaal duurzame samenleving. Ze werkt onder andere aan de Brabantse Monitor Brede Welvaart, waarin objectieve data en subjectieve ervaringen van inwoners bij elkaar komen.
dr. Marleen van der Haar is senior adviseur-onderzoeker en cultureel antropoloog. In haar onderzoek krijgt framing en betekenisgeving een centrale plek, waardoor ze verschillende perspectieven met elkaar laat spreken. Ze doet onder meer onderzoek naar gestapelde achterstand en arbeidsmigratie-vraagstukken.