Breder durven kijken naar de landbouwtransitie

Hoe boerenerven laten zien dat inzetten op maatschappelijk belang werkt

Wie zich de afgelopen jaren heeft verdiept in de toekomst van de landbouw, het platteland of het voedselsysteem, ziet een verhit, gecompliceerd en verkokerd debat. Tussen stikstofregels, bedrijfs- en verdienmodellen en boerenbelangen raken oplossingsrichtingen steeds verder uit zicht. De landbouwtransitie vraagt om een bredere blik: hoe hangen voedselproductie, leefbaarheid en waterkwaliteit met elkaar samen? Het mooie is dat dit vaak dagelijkse praktijk is voor boerenbedrijven. Veel agrariërs leggen al de verbinding tussen economie, ecologie en samenleving. Ontdek in dit artikel hoe brede welvaart vorm krijgt op het multifunctionele boerenerf.

Door: Katja Nagelkerke & Marijn van Asseldonk. Foto's door Willeke Machiels.

Voor betrokkenen bij de landbouw- en voedselsector, of voor de gemiddelde nieuwslezer, is het geen verrassing meer dat de transitie van de landbouw moeizaam verloopt. Om de wettelijke natuur-, water- en klimaatdoelen te behalen is een andere manier van landgebruik in Nederland nodig. En dat vraagt in grote mate iets van de landbouwsector, aangezien het grootste deel van ons land agrarisch is ingericht. Met grasland, akkers voor veevoer, sierplanten of voedsel, en stallen voor de vleesindustrie. De huidige landinrichting draait op een veelal rationele logica; het zo efficiënt mogelijk produceren van goederen en grondstoffen voor een wereldmarkt. Landgebruik wordt zo puur beoordeeld vanuit zijn economische waarde. Een erfenis van het naoorlogse landbouwsysteem, dat al zeventig jaar stuurt op schaalvergroting en optimalisatie1.

Toch is dat niet het hele verhaal. Al sinds eind vorige eeuw wordt duidelijk dat een puur rationele vrije-marktbenadering van de landbouw belangrijke zaken vergeet: de uitputting van het water- en bodemsysteem, én de belangen van agrariërs en inwoners die hiervan afhankelijk zijn. Door de blik op de landbouw- en voedselsector te verbreden komen ineens andere opgaven in beeld: de wrange positie van boeren die willen veranderen, stijgende grondprijzen2, de impact op de gezondheid van omwonenden, afnemend vertrouwen in de overheid of juist de behoefte aan zorg op het platteland. Brede welvaart biedt de bril om opnieuw de relatie tussen landbouw, natuur en samenleving te leggen, ofwel: het is tijd voor het herintroduceren van ‘relationale’ logica3. Dat vraagt een andere manier van denken, en daaropvolgend keuzes en beleid maken, en het mooie hierbij is: veel boerenbedrijven zijn hierin zelf koplopers.

Iemand is gewassen aan het planten in een rechte lijn.

De brede waarde van multifunctionele landbouw

In 2025 wordt op meer dan een derde van de Nederlandse boerenbedrijven de relatie tussen landschap en leefomgeving al gelegd. Multifunctionele boeren combineren voedselproductie met andere activiteiten op hun erf en land, van zorg en educatie tot een boerderijwinkel, terras, vergaderruimte of ruimte voor natuur. Deze ondernemers spelen zo in op groeiende maatschappelijke behoeften, zoals schone lucht, verminderen van zorgdruk, voorzieningen op het platteland en werkgelegenheid. En vergis je niet: dit is geen marginale beweging. De omzet groeit sneller dan in de reguliere landbouw (1,6 miljard euro in 2023). De SER4, LTO5 en Rabobank6 zien de multifunctionele landbouw (MFL) dan ook als een serieus transitiepad voor agrariërs.

Voor onze verkenning naar de brede waarde van MFL spraken we met twaalf boerenbedrijven, verspreid door het land. Wat opvalt, is dat er niet één soort multifunctionele boer(in) bestaat. We zagen boerenerven waar aan natuurbeheer wordt gedaan, zorg verleend, kinderen opgevangen, wijn gemaakt, gekampeerd, een ijsje gegeten, enzovoorts. Wat de bedrijven wél delen, is het succesvol combineren van twee dingen: persoonlijke passie vanuit de ondernemer én de behoeften van de directe leefomgeving. Zo passen agrarische kinderopvang, zorgboerderijen en boerderijwinkels goed aan de rand van dorpen en steden, dicht bij de inwoners die er gebruik van maken. Horeca, campings en agrarisch natuurbeheer sluiten juist vaak goed aan bij de omgeving van natuurgebieden. En waar buurthuizen of supermarkten verdwijnen, kunnen boerenerven uitgroeien tot plekken waar mensen elkaar ontmoeten of terechtkunnen voor hun boodschappen.

Brede welvaart als perspectief

Terwijl het boerenerf een relationele benadering omarmt, zitten beleid en bestuur nog vast in een werkwijze die stuurt op een pure rationele benadering. Overheden die moeten beoordelen of ondernemers een aangepaste vergunning voor het verbreden van hun bedrijf krijgen, toetsen op geur, geluid, uitstoot of verkeersbewegingen. De waarde van ontmoeting, biodiversiteit of zorg wordt niet meegerekend. En precies daarvoor is brede welvaart een welkom perspectief: het brengt in beeld wat buiten de procedurele kaders valt.

Ons onderzoek geeft een treffend voorbeeld. Op Hoeve Schaffersberg in Zuid-Limburg levert het natuur- en landschapsbeheer kruidenrijk gras op, waarop Herefordkoeien grazen die het echtpaar René en Corinna als streekvlees in de buurt verkoopt. De opbrengst daarvan, aangevuld met een agrarische webwinkel, maakt de financiële dip overbrugbaar die hoort bij de omschakeling naar natuurinclusief boeren. En op datzelfde erf biedt de zorgboerderij dagbesteding aan twaalf mensen met beginnende cognitieve problemen. Zo ontstaat waarde op meerdere vlakken tegelijk: natuurherstel, meer biodiversiteit, minder druk op de zorg en de ontwikkeling van een regionaal streekproduct.

Koeien op de wei van Hoeve Schaffersberg

Kiezen voor brede welvaart in het landelijk gebied

De belofte inlossen van meervoudige waarde op het boerenerf, vergt echter ook (bestuurlijke) keuzes, en wel op drie niveaus. Allereerst een keuze voor regio’s zelf: wat is het regionale karakter van het gebied en hoe wordt dat uitgedragen? Daar waar het landschap, boerenbedrijf en lokale cultuur samenkomen, ontstaan visitekaartjes voor de regio. Zoals de Ridammerhoeve, een geitenhouderij op steenworp afstand van Amsterdam, of Natuurlijk Klein Dongen, een biologisch glastuinbouwbedrijf midden in de Brabantse gemeenschap.

Links: geiten op boerderij Ridammerhoeve, rechts: een veld van Natuurlijk Klein Dongen.

Ten tweede vraagt de ontwikkeling van multifunctionele bedrijven om keuzes op gebiedsniveau. Welke doelen wil een gemeente in een gebied realiseren, en hoe worden deze ruimtelijk met elkaar verbonden? Een erf krijgt immers meer betekenis wanneer het bijdraagt aan bredere opgaven, zoals het versterken van de verbinding tussen stad en platteland, het opvangen van water, het terugdringen van stikstofuitstoot of het creëren van nieuwe werkgelegenheid. Tot slot liggen er ook nog op erfniveau keuzes open: hoe gaan gemeenten om met aanvragen die niet binnen de standaard kaders passen? Daarvoor biedt de (nieuwe) Omgevingswet al mogelijkheden, door de fysieke leefomgeving als samenhangend geheel te bekijken in plaats van sectoraal. Met deze routekaart wordt inzichtelijk hoe dat eruit kan zien.

Breder durven kijken betekent niet dat alles overal kan. Of dat multifunctioneel ondernemen de oplossing is voor alle maatschappelijke opgaven in het landelijk gebied. Het betekent dat breder wordt gekeken naar wat landgebruik bijdraagt aan de sociale en fysieke leefomgeving, en niet alleen naar wat het economisch produceert. Op de twaalf bedrijven die we bezochten gebeurt dat allang: daar is de brede blik waar het debat om vraagt geen beleidsambitie, maar de weg naar een toekomstbestendig bedrijf.

Rijen met druivengewassen.

Katja Nagelkerke MSc is adviseur-onderzoeker en socioloog. Ze is gefascineerd door hoe we onze samenleving inrichten, waar dat schuurt of juist verbindt, en hoe dat beter kan. Ze brengt het mensperspectief in in ruimtelijk-fysieke en bestuurlijke vraagstukken zoals de transitie van het landelijke gebied.

Portret van Katja Nagelkerke

Marijn van Asseldonk MSc is adviseur-onderzoeker en milieusocioloog. Hij helpt in de transitie van het landelijk gebied door maatschappelijke (meer)waarde(n) inzichtelijk te maken. Hij doet onderzoek naar verschillende ruimtelijke thema’s, zoals droogte en de energietransitie.

Portret van Marijn van Asseldonk