Laten zien dat het anders kan

Hoe pioniers en provincie de handen ineen slaan voor verandering

Hoe creëer je bewustzijn bij mensen over het enorme textieloverschot? En welk vehikel kun je als provinciale organisatie inzetten om écht te leren hoe je anders kun werken? We spraken met Emma Brouwer, die als Organisator & Partnershipsmanager werkt bij stichting Free Fashion en Astrid Kaag, die zich binnen het team Brede Welvaart van provincie Noord-Brabant onder meer bezighoudt met het financieren van pioniers die werken vanuit een andere invalshoek.

Door: Mark Dierick & Madelon van Duren. Foto's Free Fashion door Malou Franken.

“Wij zetten ons in om het overschot aan textiel aan te pakken door met een hele vriendelijke, sociale boodschap het verhaal te vertellen rondom ons textielafval. Om mensen daar omheen te verbinden en ze onderdeel te laten zijn van de oplossing”, vertelt Emma Brouwer. Op de achtergrond zien we grote stellingkasten waar de ingezamelde kleding nog in moet verschijnen. Met Free Fashion staat ze op het punt een pop-upstore te openen in Amstelveen.

Een Free Fashion-popupwinkel in Tilburg.

Die pop-upstores zien eruit als reguliere kledingwinkels en zijn vaak gevestigd op A-locaties. De gebruikte kleding die Free Fashion inzamelt wordt daar weggegeven. Gratis. “Er is genoeg, meer dan genoeg. Te veel zelfs. Laten we nou met elkaar delen wat er al is, dan hoeven we eigenlijk niet meer zo veel nieuw te produceren. En dat verhaal slaat heel erg aan.” Het winkelend publiek krijgt van getrainde vrijwilligers in de winkels informatie over de productie van kleding en de alsmaar grotere wordende textielafvalberg. “Het doel is nooit om zovéél mogelijk gratis kleding uit te delen. Eigenlijk lokken we mensen er vooral mee naar binnen. Als je één voet over de drempel zet, krijg je die bewustwordingscampagne over je heen.”

Optimale winkelervaring

Wat ooit begon met een LinkedIn-post met de vraag wie een gedeeld kledingrek voor de deur wilde hebben, kon al snel rekenen op groot enthousiasme. Binnen een week waren er 100 reacties, en dat inspireerde. “[Free Fashion-oprichters] Lot [van Os] en Dieuwertje [Vorstenbosch] dachten, oké. Als dit al werkt, dan moeten we onszelf in de markt zetten als modemerk. Want dan zijn we het grootste modemerk ter wereld – iederéén heeft ongedragen kleding in de kast liggen.” En bij een modemerk horen winkels.

Free Fashion-oprichter Lot deelt zijn eerste deelkledingrek op LinkedIn.

Die winkels werden na veel onderzoek door Free Fashion precies ingericht als modewinkels, om een optimale winkelervaring te bieden. “Daarmee bereiken we een grote groep die gewoon op zaterdag aan het winkelen is. Die schrikt zich rot, want die denkt: huh, alles is gratis. Hoe kan dat? En die verwarring grijpen wij meteen aan om een gesprek te hebben.” Daarnaast worden mensen met een smalle beurs bereikt die vaak juist afhankelijk zijn van kledingbanken en tweedehandswinkels. “Die voelen zich juist dus weer ontzettend normaal en mens, en onderdeel van een systeem waar ze normaal gesproken worden buitengesloten.”

Een winkel van Free Fashion, ingericht als een reguliere modewinkel met grote foto's en ruimtelijke inrichting.

De winkels van Free Fashion zijn ingericht voor een vertrouwde shopervaring: grote modefoto's, veel ruimte en mooi ingerichte rekken.

Maatschappelijke waarde

Maar Free Fashion is nog niet klaar met groeien en dromen. “We zijn nu aan het kijken hoe we wat we doen op een vaste, fysieke plek in Tilburg kunnen laten landen met een deel- en leensysteem rondom kleding. En zo hebben we ook veel met Astrid te maken gehad. Zij is echt onze held, ik durf wel te zeggen dat we zonder haar zeker niet verder konden ontwikkelen.”

Astrid Kaag lacht tevreden bij Emma’s woorden. Ze belt in vanuit het provinciehuis van Noord-Brabant, waar ze onderdeel is van het team Brede Welvaart. Astrid houdt zich onder andere bezig met het zoeken van mogelijkheden om pioniers zoals Free Fashion te ondersteunen. Ze merkt namelijk dat maatschappelijke ondernemers vaak vastlopen in een complex en gefragmenteerd systeem dat enerzijds strak geordend is in programma’s en budgetten, en anderzijds vaak vanuit een financieel perspectief beoordeelt wat van waarde is. “Terwijl deze ondernemers juist niet gaan voor snel groeien en hun bedrijf verkopen als ultiem doel, maar voor maatschappelijke waarde.”

Emma Brouwer
Organisator & Partnershipsmanager
Free Fashion

Portret van Emma Brouwer
Foto: Malou Franken

Astrid Kaag
Team Brede Welvaart
Provincie Noord-Brabant

Portret van Astrid Kaag
Foto: Marion Zwart

Leren hoe het anders kan

Die maatschappelijke waarde is bij initiatieven zoals Free Fashion aantoonbaar, maar zodra ze toe zijn aan opschaling of uitbreiding, komen zij terecht in een financieel systeem dat vooral is ingericht op directe financiële opbrengsten. Die initiatieven ondersteunen vraagt iets van de overheid: “We hebben te leren hoe we dat anders moeten doen. En dat kan eigenlijk alleen door als overheid in de praktijk te gaan meeleren wat er dan nodig is. Dus niet alleen achter je computer zitten en heel veel lezen en typen, maar soms ook echt lichamelijk ervaren wat het met je doet als je écht wilt bijdragen.” Kortom, er is behoefte ontstaan aan nieuwe manieren van werken, organiseren en waarderen.

Astrid heeft de afgelopen jaren hard gewerkt aan zo’n andere manier. Met resultaat: in 2018 begon de eerste ronde van het Brabant Outcomes Fund (de BOF). Dit is een fonds dat sociale impactondernemers ondersteunt die bijdragen aan maatschappelijke opgaven en het verkleinen van verschillen in brede welvaart. Daarbij werkte de provincie samen met impactondernemers én private financiers, zoals Stichting Doen, het Oranje Fonds en Rabo Foundation. “Daar zitten heel veel lessen in, want zij kijken op een andere manier naar wat van waarde is dan wij als overheid, en daardoor heb je andere gesprekken.”

Het laat zien dat het anders kan: het is niet onmogelijk, op kleine schaal kán het, dus kom op!
Astrid Kaag over het Brabant Outcomes Fund

Impact maken in Brabant

De tweede ronde van het Brabant Outcomes Fund is net van start gegaan, en wordt uitgevoerd door de Stichting Draper Richards Kaplan (DRK Foundation). Zij selecteren acht ondernemingen die impact maken in Brabant. Astrid: “Als je dat zegt, is de reactie weleens: acht ondernemingen, gaan we daar de wereld mee redden? Maar er worden alleen ondernemingen geselecteerd die honderden mensenlevens positief beïnvloeden. Dáár gaat het om. Dat leidt wel eens tot gefronste wenkbrauwen, maar ook tot nieuwe inzichten.” Ook bij haar collega’s: “Voor veel [van hen] is het wel een moment geweest om een eigen werkwijze te bevragen. Wat levert het nu écht op voor de Brabander?” Met de BOF pioniert de provincie in het zelf leren om het anders aan te pakken, om te gaan werken vanuit brede welvaart. “Het laat zien dat het anders kan: het is niet onmogelijk, op kleine schaal kán het, dus kom op!”

Lisa Jordan, CEO van DRK en Saskia Boelema, gedeputeerde Brede Welvaart, schudden elkaar de hand op de aftrap van de tweede ronde van Brabant Outcomes Fund.
Foto: Marc Bolsius

Lisa Jordan (CEO van DRK Foundation, links op de foto) en Saskia Boelema (gedeputeerde Brede Welvaart van Provincie Noord-Brabant, rechts op de foto) schudden elkaar de hand bij de aftrap van de tweede ronde van het Brabant Outcomes Fund.

Inzichten, lessen en steun

En die nieuwe inzichten, die zijn enorm belangrijk. Want met die inzichten kun je stappen zetten om anders te werken, en blijven leren. Dat is voor zowel overheid als ondernemers duidelijk. Emma: “We gaan er volle bak in en dan kom je echt 100.000 dingen tegen. Maar dat is pionieren en ondernemen. In een veld waarin je tegen het systeem in werkt voelt alles wat je anders opzet als onlogisch. Maar het kan, dus we moeten het gewoon doen. Dat vraagt om wendbaarheid, weerbaarheid, flexibiliteit, doorzettingsvermogen en frisse, goede moed.” Astrid is het daarmee eens, en ziet daarin ook een missie voor de overheid: “De pioniers doen allemaal heel moeilijk werk en hebben een lange adem nodig. Wij zijn nu óók aan zet om moeilijke dingen te doen en barrières te doorbreken.”

Het kan, dus we moeten het gewoon doen. Dat vraagt om wendbaarheid, weerbaarheid, flexibiliteit, doorzettingsvermogen en frisse, goede moed.
Emma Brouwer over tegen de stroom in werken

Maar wat pioniers sowieso kunnen gebruiken, en ook daar zijn Astrid en Emma het met elkaar over eens, is steun. Emma: “We hebben hier zoveel mensen die bijdragen omdat ze ons verhaal leuk en goed vinden. Die zien potentie en dat komt van heel veel kanten: niet alleen vanuit een provincie of een gemeente, maar ook vrijwilligers. Het helpt onwijs in het pionieren dat je zo’n vangnet hebt van mensen die helpen.” En dat gezamenlijke doel opent de deur voor leren. Astrid: “Het gaat juist ook over dat wederzijds en met elkaar leren, en je gesteund voelen door elkaar. Want net zo goed als dat jij je gesteund voelt door mij, voel ik me ook gesteund door jullie. Je bent samen met elkaar iets voor elkaar aan het boksen.”

Vrijwilligers aan het werk in een Free Fashion popupwinkel.

Free Fashion kan doen wat ze doen door steun - van gemeenten, provincies, maar ook van een enthousiaste groep vrijwilligers.

Werken vanuit brede welvaart

Het initiatief van Free Fashion draait op het eerste gezicht om het hergebruiken van kleding, maar stelt eigenlijk een fundamentelere vraag: wat hebben we nodig voor een goed leven? Daarmee raakt het initiatief volgens Astrid aan een onderdeel van transitie dat vaak onderbelicht blijft: afscheid nemen. In dit geval afscheid nemen van lineaire consumptiepatronen, van het idee dat meer kopen automatisch leidt tot meer welvaart, en van systemen die hun maatschappelijke grenzen hebben bereikt.

Vanuit het perspectief van brede welvaart zijn de effecten van Free Fashion breder dan het lokale initiatief zelf. Minder kledingconsumptie betekent minder gebruik van grondstoffen, minder uitstoot en minder druk op ecosystemen elders in de wereld. Tegelijkertijd worden natuurlijke hulpbronnen minder belast voor toekomstige generaties. Daarmee heeft een lokaal initiatief ook invloed op de dimensies ‘elders’ en ‘later’ van brede welvaart. Het laat zien dat keuzes die hier worden gemaakt gevolgen hebben voor mensen op andere plekken en voor de kwaliteit van leven in de generaties na ons.

Mensen "winkelen" in de Free Fashion-winkel in Rotterdam.

De toekomst in

Astrid is de komende tijd nog druk bezig met de nieuwe ronde van het Brabant Outcomes Fund die loopt tot 2033. Emma en haar collega’s zijn naast de pop-up winkels bezig met een nieuw tweejarig project in Tilburg dat zich richt op lenen en delen van kleding. Free Fashion doet dat samen met provincie Noord-Brabant, de gemeente Tilburg, Midpoint Brabant, Rabo Foundation, het Oranje Fonds en het KIN. “We zijn nu met een groep van 100 Tilburgers gestart die allemaal een half jaar lang niks nieuws kopen. Wij onderzoeken of we de behoefte om af en toe iets nieuws te kunnen dragen, bijvoorbeeld op een feestje of met oud & nieuw, kunnen faciliteren met een gratis gedeelde kledingkast.” Samen met onderzoeksbureau TNO proberen ze te achterhalen of de deelnemers dan ook echt minder nieuwe kleding nodig hebben, en of ze blijer worden met de kleding die al in hun kast ligt. Kloppen die hypothesen, dan kan er opgeschaald worden. “Mijn droom is om in elke stad zo’n plek te hebben waar het delen en lenen van kleding heel normaal is.”