(Samen)werken aan cultuurbeoefening

Leefbaarheid is een van de belangrijke thema’s in de (boven-)lokale politiek. Cultuurbeoefening raakt hier direct aan: het draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving waarin inwoners zich kunnen ontwikkelen. Voor de provincie Utrecht zochten we uit hoe het staat met het aanbod en de toegankelijkheid van cultuurbeoefening in kleine kernen, en hoe dat zich verhoudt tot de behoeften die er zijn. Het doel: concrete handvatten bieden voor de provincie om ondersteuning te bieden.

Door: Sophie de Jong

Het onderzoek kwam voort uit een vraag in de Provinciale Staten van Utrecht. Cultuur en cultuurbeoefening dragen bij aan de fysieke en mentale gezondheid van inwoners en daarmee aan belangrijke provinciale doelstellingen. Hoe staat het met de beschikbaarheid van actieve cultuurbeoefening in de kleine kernen van de provincie? En op welke manier kan de provincie hierbij, met hun beleid en ondersteuningsaanbod, een rol spelen?

Deze vragen draaien in essentie om samenwerking, want samenwerking is onontbeerlijk om een toegankelijk en divers aanbod te realiseren op lokaal niveau. Binnen het cultuurbeleid is namelijk niet de provincie, maar de gemeente primair verantwoordelijk voor het ondersteunen en faciliteren van lokale mogelijkheden voor cultuurbeoefening. Hieronder valt ook het aanstellen van een ‘culturele verbinder’, een professional die in een gemeente connecties legt tussen aanbieders van cultuurbeoefening, inwoners, de gemeente en eventuele andere organisaties.

De vraag van de provincie Utrecht is juist daarom interessant: hoe kán de provincie haar doelstellingen op het gebied van gelijke kansen voor cultuurbeoefening behalen, wanneer zij in beperkte mate concrete acties op lokaal niveau kan ondernemen? En daarmee gepaard: wat zijn de behoeften van lokale betrokkenen rondom de ondersteuning die de provincie hen kan bieden?

Methodieken en
perspectieven in harmonie

In de 88 kleine kernen van de provincie Utrecht zijn verschillende groepen samen betrokken bij cultuurbeoefening. Bijvoorbeeld inwoners, aanbieders van cultuurbeoefening (denk aan docenten, maar ook culturele verenigingen of werkplaatsen) en gemeentelijke beleidsambtenaren. Die hebben allen een eigen perspectief. Om die perspectieven in beeld te brengen, te begrijpen en duiden, en om deze inzichten om te kunnen zetten in concrete handvatten en ondersteuningsbehoeften, werd gebruikgemaakt van een mix van kwantitatieve en kwalitatieve methoden. Deze mix bestond onder andere uit een data-analyse op basis van het Handelsregister, enquêtes onder inwoners en gemeentelijke beleidsmakers, groepsgesprekken en case studies in drie kernen. Door deze vele methoden opeenvolgend op elkaar in te zetten, werden telkens de verschillende perspectieven en inzichten aan elkaar gerelateerd en geduid.

Iemand die gitaar speelt
Foto: Peyman Shojaei / Unsplash

Verbonden vitaliteit: over het regionaal delen van voorzieningen

Een belangrijke kapstok bij het bijeenbrengen en duiden van alle opgehaalde informatie, is het concept van verbonden vitaliteit: dat betekent dat niet alle kernen of plaatsen een volledig palet aan voorzieningen hoeven te hebben, zolang deze regionaal door inwoners gedeeld kunnen worden. Dat vormt een mogelijke oplossing als de middelen beperkt zijn, maar wel één met randvoorwaarden. Denk aan een duidelijke samenwerking tussen de kernen, met een aanbod dat elkaar aanvult en een complete informatievoorziening over wat op welke plek te vinden is. Daarnaast moeten inwoners de mogelijkheden hebben én bereid zijn om te reizen naar aanbod in een andere kern.

De kaart hierboven geeft de aanbieders van cultuurbeoefening in de kleine kernen van de provincie Utrecht weer. De blauwe puntjes zijn aanbieders en de grijze vlakken de kleine kernen.

Kaart van alle aanbieders van cultuurbeoefening in de provincie Utrecht, en hun ligging ten opzichte van de kleine kernen..

Vitaal cultuurbeoefeningsaanbod, zorgen over zichtbaarheid

In het onderzoek zijn 463 aanbieders van cultuurbeoefening geïnventariseerd, welke verspreid zijn over bijna alle 88 Utrechtse kleine kernen. Uit de verschillende methoden bleek dat in vrijwel alle kernen sprake is van een actief cultuurbeoefeningsaanbod, dat sterk leunt op vrijwilligers en kleine organisaties. Het beeld dat het culturele aanbod in de kleine kernen krimpt, werd ook niet bevestigd door onze inwonersenquête. Daarin gaven inwoners aan dat het aanbod in de afgelopen jaren op peil is gebleven, zowel in de hoeveelheid als in de diversiteit aan aangeboden culturele disciplines. Aanbieders van cultuurbeoefening signaleren wel dat de zichtbaarheid en continuïteit van hun aanbod onder druk staan, vooral door beperkte en/of versnipperde communicatie, beperkte financiering en het ontbreken of wegvallen van kartrekkers, zoals bestuursleden bij verenigingen of mensen die zich heel actief inzetten voor de leefbaarheid in de betreffende kern.

Reisbereidheid: kans voor verbonden vitaliteit, risico voor kansengelijkheid

Bovenal is een belangrijke bevinding dat cultuurdeelname vaak niet beperkt blijft tot de eigen kern. Inwoners zijn namelijk bereid om te reizen: zo’n 20 à 30 minuten. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van ‘verbonden vitaliteit’. Culturele voorzieningen hoeven, gezien deze reisbereidheid, niet in elke kern aanwezig te zijn, maar moeten wel bereikbaar zijn en elkaar aanvullen. Dit vraagt niet alleen om afstemming van de inhoud van het aanbod zodat verschillende disciplines en doelgroepen aangesproken worden, maar ook om na te denken over vervoersmogelijkheden. Dit geldt al helemaal voor inwoners die geen auto tot hun beschikking hebben. Dit kan ertoe leiden dat niet iedereen gelijke kansen heeft om cultuur te beoefenen. En op thema’s als kansengelijkheid en mobiliteit staan beleidsmakers van verschillende overheidslagen én beleidsterreinen samen aan de lat.

Een lijnbus in Utrecht, die door kleine kernen komt op zijn route.
Foto: Kaja Sariwating / Unsplash

Structurele ondersteuning van provincie én gemeente nodig

Een andere rode draad door het traject was het begrijpen van de ondersteuningsbehoeften van betrokkenen bij cultuurbeoefening. En vervolgens: het omzetten van deze behoeften naar kansen voor de provincie om vanuit hun bovenlokale rol van meerwaarde te zijn. Hierbij zagen we dat de mate waarin gemeenten cultuurbeoefening structureel ondersteunen verschilt. Niet alle Utrechtse gemeenten hebben cultuurbeleid, een vaste beleidsadviseur of een culturele verbinder met voldoende capaciteit. Een belangrijke bevinding was dat het provinciale ondersteuningsaanbod beter kan landen naarmate de gemeentelijke ondersteuning, in termen van beleid en bemensing, beter op peil is. Zonder die belangrijke laag tussen het provinciale ondersteuningsaanbod en de lokale praktijk, komt de bovenlokaal ontwikkelde kennis niet bij de aanbieders terecht.

Aanbieders en gemeentelijke beleidsmakers gaven daarnaast aan dat de provincie door het scheppen van voorwaarden, zoals het stimuleren van bovenlokale samenwerking, structurele ondersteuning van netwerken en kennisdeling tussen culturele verbinders, kan bijdragen aan de toegankelijkheid van het aanbod voor cultuurbeoefening en daarmee aan de vitaliteit, leefbaarheid en sociale samenhang in kleine kernen.

Het resultaat: meer aandacht voor samenwerking tussen overheidslagen

Het onderzoek heeft concrete handvatten voor de Provincie Utrecht opgeleverd en een aantal acties zijn in gang gezet. Met name zien we dat ZIMIHC Connect, het provinciale ondersteuningsprogramma voor cultuurbeoefening op lokaal niveau, nu al behoeften die uit het onderzoek naar voren kwamen in haar aanbod verwerkt. Zo versterken zij hun aanbod aan kennisdeling voor culturele verbinders, aanbieders en organisatoren rondom concrete onderwerpen, zoals gezamenlijke zichtbaarheid van het cultuuraanbod. Daarnaast wordt in de plannen van de Cultuurregio Utrecht, een samenwerkingsverband tussen de provincie en de Utrechtse gemeenten, deze kennisdeling tussen overheidslagen een belangrijk thema. Ondertussen zijn er vanuit de Cultuurregio al meerdere themabijeenkomsten georganiseerd, die zich specifiek richtten op kennisdeling tussen beleidsadviseurs van gemeenten en de provincie.

Ook het breder onder de aandacht brengen van subsidieregelingen voor leefbaarheid en vitaliteit in kleine kernen, staat inmiddels volop op de agenda. Zulke regelingen richten zich vooral op het stimuleren van sociale cohesie, en kunnen via die weg bijvoorbeeld dorpshuizen (die een belangrijke rol spelen bij het huisvesten van cultuurbeoefenaars) en culturele initiatieven ondersteunen. Dit helpt aanbieders om ook in de toekomst een stevige(re) rol te pakken bij cultuurbeoefening in de lokale samenleving. ZIMIHC Connect brengt passende regelingen van de provincie en andere landelijke en regionale fondsen onder de aandacht, en biedt ondersteuning en begeleiding bij de aanvraag.

Luchtfoto van de kleine kern Jaarsveld, onderdeel van de gemeente Lopik
Foto: Gemeente Lopik

Samenwerking ontstaat tussen mensen

Binnen dit traject bewogen we heen en weer tussen de analyse van provinciale strategische agenda’s en groepsgesprekken met initiatiefnemers uit een kern die krap 1.400 huishoudens groot is. En hoe beleidsmatig of abstract uitdagingen soms lijken, ook in dit onderzoek bleek het menselijke perspectief hierin onmisbaar.

De keuze om in ieder onderdeel van het onderzoek zowel data als ervaringen op te halen, deze met elkaar te verbinden, en weer elders verder uit te diepen, was een belangrijke factor in het borgen van dit menselijke perspectief. Door deze aanpak werd ook duidelijker dat dat vraagstukken rondom het aanbod en de ondersteuning van lokale cultuurbeoefening vooral ook gaan over bredere uitdagingen rondom leefbaarheid en voorzieningen in kleine kernen. Dit soort uitdagingen zijn niet voorbehouden aan het domein van cultuur(-beleid), maar zullen ook herkenbaar zijn voor andere beleidsvelden.

En juist door écht lokaal in gesprek te gaan, wordt er direct al impact gerealiseerd: al is het maar door de deelnemers aan de groepsgesprekken in de drie kernen, die na afloop van het gesprek bomvol gezamenlijke ideeën spontaan hun contactgegevens uitwisselden. Zo werden de eerste stappen naar meer samenwerking en verbinding al gezet vóórdat het onderzoek afgerond was.

Sophie de Jong

Adviseur-onderzoeker

Sophie is socioloog en cultuurwetenschapper, met een specialisatie in de rol van cultuur binnen onze maatschappij. Als adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos draagt ze bij aan meer kennis én kunde rondom het cultuurbeleid.

Sophie de Jong