(Samen)werken aan cultuurbeoefening
Leefbaarheid is een van de belangrijke thema’s in de (boven-)lokale politiek. Cultuurbeoefening raakt hier direct aan: het draagt bij aan een aantrekkelijke leefomgeving waarin inwoners zich kunnen ontwikkelen. Voor de provincie Utrecht zochten we uit hoe het staat met het aanbod en de toegankelijkheid van cultuurbeoefening in kleine kernen, en hoe dat zich verhoudt tot de behoeften die er zijn. Het doel: concrete handvatten bieden voor de provincie om ondersteuning te bieden.
Methodieken en
perspectieven in harmonie
In de 88 kleine kernen van de provincie Utrecht zijn verschillende groepen samen betrokken bij cultuurbeoefening. Bijvoorbeeld inwoners, aanbieders van cultuurbeoefening (denk aan docenten, maar ook culturele verenigingen of werkplaatsen) en gemeentelijke beleidsambtenaren. Die hebben allen een eigen perspectief. Om die perspectieven in beeld te brengen, te begrijpen en duiden, en om deze inzichten om te kunnen zetten in concrete handvatten en ondersteuningsbehoeften, werd gebruikgemaakt van een mix van kwantitatieve en kwalitatieve methoden. Deze mix bestond onder andere uit een data-analyse op basis van het Handelsregister, enquêtes onder inwoners en gemeentelijke beleidsmakers, groepsgesprekken en case studies in drie kernen. Door deze vele methoden opeenvolgend op elkaar in te zetten, werden telkens de verschillende perspectieven en inzichten aan elkaar gerelateerd en geduid.
De kaart hierboven geeft de aanbieders van cultuurbeoefening in de kleine kernen van de provincie Utrecht weer. De blauwe puntjes zijn aanbieders en de grijze vlakken de kleine kernen.
Reisbereidheid: kans voor verbonden vitaliteit, risico voor kansengelijkheid
Bovenal is een belangrijke bevinding dat cultuurdeelname vaak niet beperkt blijft tot de eigen kern. Inwoners zijn namelijk bereid om te reizen: zo’n 20 à 30 minuten. Dit is een belangrijke voorwaarde voor het bereiken van ‘verbonden vitaliteit’. Culturele voorzieningen hoeven, gezien deze reisbereidheid, niet in elke kern aanwezig te zijn, maar moeten wel bereikbaar zijn en elkaar aanvullen. Dit vraagt niet alleen om afstemming van de inhoud van het aanbod zodat verschillende disciplines en doelgroepen aangesproken worden, maar ook om na te denken over vervoersmogelijkheden. Dit geldt al helemaal voor inwoners die geen auto tot hun beschikking hebben. Dit kan ertoe leiden dat niet iedereen gelijke kansen heeft om cultuur te beoefenen. En op thema’s als kansengelijkheid en mobiliteit staan beleidsmakers van verschillende overheidslagen én beleidsterreinen samen aan de lat.
Sophie de Jong
Adviseur-onderzoeker
Sophie is socioloog en cultuurwetenschapper, met een specialisatie in de rol van cultuur binnen onze maatschappij. Als adviseur-onderzoeker bij Het PON & Telos draagt ze bij aan meer kennis én kunde rondom het cultuurbeleid.