De traditietrouwe veranderaars
Op melkveebedrijf Zuiderham, vlakbij Groningen, draait alles om koeien en kinderen. Kees melkt zijn 65 zwartbonte koeien twee keer per dag, Eline vangt thuis gastkinderen op. In een tijd waarin kleinschalige melkveehouders financieel onder druk staan, zetten ze voorzichtige stappen richting verbreding: boerengolf, een boerderijwinkel, een heuse ‘inboeringscursus’. Het is pionieren en proberen voor het stel: de een is dol op zijn koeien en deelt dat graag, de ander zorgt en staat klaar voor haar kinderen.
De dag op Zuiderham begint om zes uur 's ochtends, als Kees de melkstal inloopt. Om vijf uur 's middags melkt hij voor de tweede keer. Tussendoor is Eline bezig met de gastkinderen - maximaal vier of vijf per dag. "De melkkoeien, dat is echt de basis," zegt Kees als hem wordt gevraagd of hij zich een multifunctionele boer voelt. Eigenlijk is het stel in principe al jaren multifunctioneel door het gastouderbedrijf, al beleven ze dat niet zo: “We hebben allebei onze eigen baan – de één de koeien, de ander de kinderen – en dat vormt samen ons leven hier op het boerenerf.”
Toch heeft het bedrijf ondertussen meerdere takken gekregen: boerengolf op het grasland, een kleine boerderijwinkel met melk, eieren en vlees, en 'inboeren' - waarbij mensen een dag meedraaien om te ervaren hoe het boerenleven echt werkt. Maar alles gebeurt kleinschalig, zonder personeel. De koeien blijven het hart van het boerenbedrijf, de kinderen het domein van Eline.
MFL-paspoort: Kees en Eline
Locatie: Zuiderham, Aduard, Groningen
Bedrijfstakken: melkveehouderij, boerengolf, gastouderopvang, boerderijwinkel, educatie
Kernwaarden: openheid, maatschappelijke verbinding, kleinschaligheid
Geboren tussen de koeien
Kees is geboren en getogen op het Groningse land. Zijn grootvader begint in 1931 een gemengd bedrijf op de ‘polder Zuiderham’: een karakteristieke kop-hals-rompboerderij, omgeven door een gracht. Als Kees’ vader het stokje in de jaren ’60 overneemt, schakelt hij volledig over op grasland omdat het land niet geschikt is voor machinale akkerbouw. In mei 2005 neemt Kees het bedrijf over van zijn vader.
Eline komt uit de grote stad (Groningen), en wanneer ze trouwt met Kees komt ze voor het eerst in aanraking met het boerenleven. In de beginjaren blijft ze buiten de deur werken: "Ik was treinconducteur. Maar de onregelmatige werkdagen rijmden niet meer toen we kinderen kregen." De oplossing is een opleiding tot gastouder, zodat ze zorg en werk kan combineren. Inmiddels doet ze dat al jaren met veel plezier met een groep vaste kinderen. "Het is kleinschalig, maar het is een ontzettend leuke plek voor kinderen. Tussen de dieren, vlak bij de stad, wat wil je nog meer? En ik vind het heerlijk om thuis te zijn."
Veranderende tijden
In 1996 bouwen ze een nieuwe stal met veel licht, lucht en ruimte, en een mestkelder van 1100m³ onder de dieren. Inmiddels zijn de koeien eigenlijk te groot geworden voor de stal. De keuze: óf een nieuwe stal bouwen óf andere koeien nemen. “Maar ik hou van deze beesten, en een nieuwe stal is weer een hele grote investering," legt Kees uit terwijl een koe op de achtergrond zichzelf op een massage trakteert bij de veeborstel.
Voor een kleinschalig bedrijf met 65 melkkoeien wordt het steeds moeilijker om financieel rond te komen. De Nederlandse uitzondering voor het uitrijden van mest is afgeschaft (derogatie) en de eisen aan het verkopen van melk zijn kostbaar: het heeft effect op de rentabiliteit van Kees’ bedrijf. Méér koeien lijkt dan de enige oplossing, maar dat is niet wat Kees wil: “Ik wil zelf mijn koeien kunnen melken. Mijn passie zit niet in het aansturen van personeel.”
Deuren openzetten
Vanuit die veranderende maatschappij zijn Kees en Eline gaan nadenken over het verbreden van het bedrijf. Daarbij speelt het beeld in de maatschappij over boeren ook een rol. “Het idee leeft dat boeren alleen maar vervuiling en gedoe opleveren. Dat geeft ons het gevoel dat we ongewenst zijn,” vertelt het stel. Hoewel ze dit beeld in hun omgeving niet per se ervaren, gaat dit gevoel ze niet in de koude kleren zitten.
Nieuwe activiteiten op het erf, waarbij mensen weer in contact komen met het ‘echte’ boerenleven, kan bijdragen aan het kantelen van dit maatschappelijk beeld. Tijdens een feestje raken ze in gesprek met een boer die is begonnen met boerengolf op zijn erf. Het lijkt een ideale match: “Mensen zien ook de goede kanten van het boeren en je bent er niet dag en nacht mee bezig. Je hebt de basis al rondom je boerderij liggen,” legt Kees uit. En dat bevalt hem: “Ik heb de meest diepgaande gesprekken tijdens het boerengolf, van kinderen en ouders tot studenten."
Voorzichtige stappen
Vanuit het boerengolf is het multifunctionele balletje gaan rollen en sinds kort is er ook een boerderijwinkel, waar mensen melk, eieren en yoghurt van Kees of collega’s uit de buurt kunnen kopen. Het is nog een beetje uitproberen. "Dat moet ik nog meer promoten," geeft Kees toe. De boerderijwinkel vraagt op dit moment nog vrij veel aandacht, zonder directe winst: de producten moeten (uiteraard) steeds worden ververst en aardappels en eieren moeten worden opgehaald bij de buren. Zo vraagt verbreding ook om investering en daar moet financiële ruimte en tijd voor zijn.
Een ander nieuw ‘product’ dat Kees en Eline aanbieden is de zogenaamde ‘inboeringscursus’. Hierbij lopen mensen een dag mee met de boer en draaien overal in mee: koeien melken, krachtvoer aanvullen, de kalfjes verzorgen. Een idee van een buur, Wil Hogeboom, met een kampeerplek in het buitengebied die onder de indruk was van de passie van boeren en hun leven. Dat wilde ze delen met anderen, en dat sloot helemaal aan bij Kees’ dagelijkse praktijk. “Als ik zie hoe enthousiast de mensen worden van wat Kees vertelt en laat zien; dat doe je zo goed.”, vertelt Eline stralend.
Regels en ruimte
Terwijl Kees pioniert met nieuwe ideeën, is er niet altijd ruimte om zich hier vol op te richten. Deels komt dat doordat de wettelijke regels rond zijn originele melkveetak om aandacht vragen. Kees ziet daarin hoe de uniformiteit van de regels niet samenkomen met de praktijk: "Op kleigronden werken dingen anders dan op zandgronden. Daar wordt in beleid geen verschil in gemaakt, terwijl er in de praktijk wellicht veel meer mogelijk is." Hij hoopt op gebiedsgericht beleid: "Dat je veel beter in een gebied kijkt wat kan, wat is de kwaliteit van water, wat zijn logische afmetingen van bufferstroken?".
Het contact met de gemeente is tot nu toe beperkt gebleven. "Weinig mee van doen, tot nu toe," zegt Kees. Er zijn nog geen wijzigingen van bestemmingsplannen geweest bijvoorbeeld. Op zich is dat niet erg, al is het gebrek aan contact soms wel een gemis. Zo hoorde Kees onlangs via-via dat de gemeente plannen maakt voor woningbouw in de buurt, en dat zijn gronden mogelijk tot een van de opties hoort. “In dat geval zou het meer gepast zijn om persoonlijk in contact te staan.”, vindt Kees. Hij geeft aan wel sterke contacten te hebben met LTO, agrarische collectieven en de omliggende gemeenschap.
Beweging naar de toekomst
Wat de toekomst brengt, weet Kees nog niet precies. "Biologische boeren is een optie: je gaat sowieso een beetje richting natuurinclusief en extensivering." Het probleem is volgens het stel de overgang, dat moet financieel ook uitkomen. De boerderijwinkel zal altijd kleinschalig blijven. "Je hebt gewoon een klein publiek. Niet het hele dorp komt hier meteen heen." Zelf de totale productie in handen nemen is ook geen optie voor Kees: dat is een te grote tijdsinvestering.
Maar wat ze wel willen, is verbonden blijven met de maatschappij. "Ze zijn hier met nieuwe wandelroutes bezig. Daar kunnen we mooi op inhaken." Het zijn kleine, voorzichtige stappen. Geen grootse plannen, geen personeel en geen schaalvergroting. Gewoon Kees die zijn passie voor de koeien deelt, Eline die zorgt voor de kinderen en samen een open erf creëren waar mensen welkom zijn. Voor hen draait het niet om groot worden, maar om goed doen. In lijn met wat zij belangrijk vinden. Om mensen te laten zien dat niet alle boeren over een kam te scheren zijn en de kloof tussen boer en burger een beetje kleiner te maken.
Zuiderham laat zien dat multifunctioneel ondernemen ook gaat over kleine stappen nemen vanuit een traditioneel bedrijf. Over voorzichtig pionieren op een manier die past bij wie je bent: ondernemers die van koeien houden en zorgzaam zijn. Maar het vraagt wel om te investeren in bekendheid, een overheid die ruimte geeft aan kleinschalige bedrijven en beleid maakt dat aansluit bij de praktijk.
Lessen voor beleid
- Werk gebiedsgericht: Niet één maatregel voor heel Nederland, maar beleid dat aansluit bij lokale omstandigheden zoals bodemtype en waterkwaliteit.
- Maak onderscheid tussen groot en klein: Sommige dingen zijn niet haalbaar voor de kleine ondernemer.
- Waardeer deuren openzetten: Boeren die hun bedrijf openstellen voor educatie leveren maatschappelijke waarde. Bemoeilijk dat niet met onnodige regelgeving.
Tips voor ondernemers
- Doe wat bij je past: Multifunctioneel ondernemen werkt alleen als het aansluit bij je eigen interesses.
- Zie het niet alleen als verdienmodel: De nevenactiviteiten leveren beperkt op in geld, maar veel in maatschappelijke waardering en persoonlijke voldoening.
- Begin klein en organisch: Dat houdt het haalbaar en authentiek.