De tegendraadse telers
Henriëtte en Alfons runnen een bloeiend multifunctioneel bedrijf in Dongen: biologische tomaten-, paprika- en komkommerteelt, een boerderijwinkel, een vergaderlocatie voor bedrijven en workshops voor jong en oud. Het succes van ‘Natuurlijk Klein Dongen’ is niet vanzelfsprekend. Het is het resultaat van zoeken naar kansen en radicale keuzes op momenten dat de markt geen uitkomst biedt. De drijvende kracht: creatief ondernemerschap in combinatie met diepe wortels in eigen geboortegrond.
Het is 2011, en de EHEC-crisis houdt alle Nederlandse groenten tegen aan de Duitse grens. Een bacterie-uitbraak rondom groenten in Duitsland zorgt ervoor dat niets meer vervoerd mag worden. Tomaten stapelen zich op in containers op het erf bij Henriëtte en Alfons. Terwijl anderen machteloos toekijken, ziet Henriëtte een kans. "Wat zonde om weg te gooien: als we daar nou eens tomatensaus van maken?". Bewoners uit de buurt brengen lege potten om de saus in te bewaren. Waar de tomatensaus eerst gratis wordt weggegeven, markeert dit moment een nieuw begin voor de ondernemers: wat is er nog meer mogelijk met hun groenten en grond?
MFL-paspoort: Henriëtte en Alfons
Locatie: Dongen, Noord-Brabant
Bedrijfstakken: biologische glastuinbouw (3 ha), biologische winkel, eigen productielijn, horeca/vergaderlocatie, workshops, voedselbos, theeplantage (in ontwikkeling)
Kernwaarden: flexibiliteit, marktgericht denken, gemeenschap, persoonlijke relaties
Gehecht aan geboortegrond
Momenteel staan er carnavalswagens in de opslagruimte bij Henriëtte en Alfons. Daar komen jonge buurtbewoners ’s avonds aan klussen. Dongen is ‘eigen’ voor het stel. Ze zijn beiden in dezelfde straat geboren, waar ‘Natuurlijk klein Dongen’ vandaag ook te vinden is. Ze zitten op dezelfde lagere school en krijgen verkering op hun vijftiende, tijdens de dansles. Alfons groeit op tussen de kassen van zijn vader. Het bedrijf telt drie generaties: zijn grootvader had koeien en varkens, zijn vader schakelt om naar tomaten onder glas en nu wordt ingezet op multifunctionaliteit. Iedere zaterdag komt Alfons’ vader nog langs om rond te neuzen.
In 2000 nemen Henriëtte en Alfons het bedrijf over. De eerste jaren zijn zwaar. Lange werkdagen met veel afhankelijkheid van de markt. "'s Avonds stond ik tot elf uur nog tomaten uit te zoeken. En dan bleek er een lading uit Spanje te zijn gekomen en waren ze geen cent waard op de veiling," licht Henriëtte toe. Ondertussen zien ze schaalvergroting toeslaan in hun omgeving. Tuinderijen worden twintig, dertig hectare groot. De bank wil dat ze uitbreiden of verhuizen naar het Westland. Maar dat willen ze niet. "Familie, vrienden, alles zit hier. Het maakt mij niet uit wat we in die kas gaan doen. Als we hier maar kunnen blijven wonen." Dat betekent nieuwe paden verkennen.
Meer dan tomaten
Henriëtte en Alfons overwegen allerlei manieren om hun bedrijf te verbreden. Ze vragen rond en lezen vakbladen. Wanneer de EHEC-crisis onverwacht leidt tot het ontwikkelen van hun eigen tomatensaus gaat het balletje rollen. Etiketten worden ontworpen en met haar eigen merk ‘Henriëttes’ gaat Henriëtte langs restaurants en boerderijwinkels, of staat ze met kraampjes op markten. Dat doet ze op slimme wijze: “Om aandacht te trekken maakte ik ook tomatenjam: mensen zijn benieuwd naar zo’n bijzonder product en dan kan je je verhaal vertellen.”
Het wordt een groot succes. De verkoop loopt, er wordt een keuken bij de kas gebouwd en de productlijn wordt uitgebreid: ketchup, chutney en tafelzuur. Toch levert het kleine winkeltje met eigen producten nog niet voldoende op. “Ik heb hier een buurman waar ik groenten kan kopen, maar als ik dan in de supermarkt sta, waar ik alles bij elkaar heb… Tja, dan doe ík zelfs de moeite niet voor een tweede winkel,” vertelt Henriëtte. Ze beseft: een volwaardige boerderijwinkel vraagt ook andere producten. Ze schakelen een adviesbureau in die onderzoekt of daar markt voor is. Dat blijkt zo te zijn; tussen Tilburg, Breda en Den Bosch mist er precies een biologische winkel.
Overschakelen naar biologisch
Biologisch? Ja, tijdens de zoektocht naar verbreding wordt namelijk niet alleen ingezet op Henriëttes eigen producten. In 2014 leert het stel iemand kennen die een grote rol speelt in hun omschakeling: Chris Hamelink. Hij staat op de bio-beurs met een groot bord: tuinders gezocht. In eerste instantie zijn ze sceptisch en kritisch op biologische bedrijfsvoering: "Ik had er een geitenwollensokkenidee bij, terwijl wij met twee benen op de grond staan." Maar Chris heeft een overtuigend verhaal. "De gangbare markt is overspannen en vol, terwijl maar een klein deel van de bedrijven biologisch is. Daar zit veel groeipotentie," herinnert Henriëtte zich uit het gesprek.
Na het zien van een biologisch bedrijf met prachtige producten en een nette bedrijfsvoering zijn ze verkocht: in 2016 schakelen ze om. Een radicale stap: het bedrijf ligt een half jaar stil. Techniek – plastic, steenwolmatten, goten - wordt uit de kas gehaald, investeringen in de bodem en vruchtwisseling komt ervoor terug. Het betekent opnieuw leren telen, waarbij ze veel aan Chris hebben. Zo ook omgaan met plagen: waar Henriëtte en Alfons bij een luizenplaag meteen denken aan rooien, adviseert Chris hen geduld te hebben. “Toen gebeurde er iets bijzonders: de luizen kregen vleugels. Uiteindelijk hebben we toch nog 2 kilo paprika’s per vierkante meter kunnen oogsten.”
Van verzuim naar betrokkenheid
Naast de grilligheid van de markt, hebben Henriëtte en Alfons al jaren te kampen met een andere kwestie: het hoge ziekteverzuim onder de medewerkers in de kassen. Het telen van groenten is te eentonig: elke dag plukken en sorteren. Jarenlang probeert het stel van alles om het werk afwisselend te maken, zoals snoeien, indraaien en de taken verdelen tussen medewerkers. Maar het probleem houdt aan: “Mensen staan de hele dag op hun benen, doen hetzelfde werk, voelen zich nummer in plaats van mens.” Onverwachts blijkt biologisch telen ineens de oplossing te zijn.
Door de verplichte vruchtwisseling – het ene jaar tomaten, dan komkommers, dan paprika's – moeten medewerkers allerlei verschillende handelingen uitvoeren. Ze pikken orders, vullen doosjes, werken steeds met andere gewassen. Maar belangrijker nog: ze worden betrokken bij het telen zelf. Via een app maken ze foto's van plagen, geven de locatie door en melden problemen met de plant. Ze krijgen verantwoordelijkheid over de planten, en erkenning voor hun werk. "Dat zag ik dan ook: hé, goed dat jij dat luisje gezien hebt", vertelt Henriëtte. "Nu zie ik betrokken mensen. Ziekteverzuim ging gelijk gigantisch omlaag."
De gemeente als bondgenoot
Wat opvalt is de rol van gemeente Dongen. "Ze hebben ons altijd écht willen helpen," vertelt Henriëtte. De gemeente komt graag bij haar vergaderen en ze hebben persoonlijk contact. Als blijkt dat Henriëtte een vergunning mist voor het geven van workshops, komt ze meteen in actie en zegt letterlijk: "Vertel maar wat ik moet doen." Binnen een week is alles geregeld. Voor ingewikkelde aanvragen komt een ambtenaar langs en zitten ze samen voor de computer. "We vullen het samen in. Dat scheelt zoveel tijd en moeite." De burgemeester en wethouders komen regelmatig vergaderen, en bij prijsuitreikingen nodigt ze hen uit.
Maar de omgeving bepaalt ook wat kan. Vlaggenmasten voor betere zichtbaarheid worden afgewezen: past niet in het straatbeeld. "Je kunt je daar verongelijkt over voelen, maar ja, wij proberen iets anders." Met die instelling loopt het contact met de overheid soepel. Hun bedrijf sluit aan bij wat de gemeente wil: levendige bedrijven die bijdragen aan de verbondenheid en voorzieningen van de Dongenaren. De gemeente is blij dat ze niet gingen uitbreiden met glas, en ze doen het niet alleen voor eigen gewin. "Het is voor alle Dongenaren." Henriëtte en Alfons kenmerken zich dan ook door hun openheid. Toen ze vastzaten in het marktsysteem hebben ze dat gedeeld en om hulp gevraagd, bijvoorbeeld bij de lokale ondernemersvereniging (VOCD). Het zorgt voor bekendheid en verbinding: iedereen in Dongen kent het multifunctionele bedrijf van Henriëtte en Alfons.
Verandering als constante
Vandaag runnen Henriëtte en Alfons een bedrijf met vele gezichten. De drie hectare biologische kassen leveren tomaten, komkommers en paprika's die via Chris naar winkels en restaurants gaan. In de boerderijwinkel kunnen klanten hun volledige boodschappen doen, van groenten tot kant-en-klare maaltijd. Tomatensaus van kneusjes (de minder mooie of beschadigde tomaten) gaat naar de Lage Hoeven in Diessen, waar mensen met afstand tot de arbeidsmarkt de saus afvullen in potjes. Op de bovenverdieping is een multifunctionele ruimte waar bedrijven vergaderen, yogagroepen samenkomen en workshops rondom biologisch telen worden gegeven. Buiten ligt een voedselbos met notenbomen, een fruitboomgaard met appels, peren en bessen, en een groentetuintje. De kippen scharrelen er lustig op rond. Dit samen vormt ‘Natuurlijk Klein Dongen’: het resultaat van het verbinden van groenten, grond en gemeenschap.
De volgende verandering is alweer onderweg. Gas wordt duurder, de warmte-kracht-koppeling is versleten, personeelskosten stijgen – hun oplossing is thee. Theeplanten zijn winterhard, dus hebben geen verwarming nodig en er is minder personeel voor nodig. Henriëtte en Alfons hebben een halve hectare als proef en leren gaandeweg wat de planten nodig hebben. In Nederland bestaat nog geen biologische thee: weer een niche met groeipotentie. "Daar kan je weer andere leuke verbindingen mee bedenken", zegt Henriëtte, fantaserend over theeworkshops en high teas. Het stel laat zien dat er veel mogelijk is met de kracht van ondernemers die durven vernieuwen. Maar dat vraagt wel ruimte: maatwerk van de gemeente, persoonlijk contact, vrijheid om te experimenteren. Anders verdwijnen de kleine, veelzijdige bedrijven en blijven alleen grootschalige kassen over.
Natuurlijk Klein Dongen laat zien dat multifunctioneel ondernemen draait om veerkracht, om kansen zien waar anderen problemen zien, om meebewegen in plaats van vasthouden. Van tomaten naar tomatensaus, van gangbaar naar biologisch, van veiling naar directe afzet, en straks misschien van groente naar thee. Het is een verhaal van ondernemers die weigeren op te geven, de markt lezen en de omgeving omarmen. Ondernemers die vooral één ding willen: hier blijven, tussen familie en vrienden. En dat lukt – beter dan ooit.
Lessen voor beleid
- Wees toegankelijk en help praktisch: Een ambtenaar die naast de ondernemer zit om formulieren samen in te vullen maakt het verschil.
- Ontdek de waarde voor de gemeente: Een multifunctioneel bedrijf kan bijdragen aan gemeentelijke doelen zoals leefbaarheid of natuuropgaven. Denk mee bij plannen van ondernemers in de brede waarde voor de inwoners.
- Faciliteer risicospreiding: Sta toe dat neventakken substantieel worden – ze maken het bedrijf veerkrachtig.
Tips voor ondernemers
- Wees bereid radicaal om te schakelen: Soms vraagt overleven om grote stappen. Bereid je voor en neem de sprong.
- Betrek je personeel: Medewerkers die meedenken en verantwoordelijkheid krijgen, werken harder en blijven gezonder.
- Maak het klanten makkelijk: Goed parkeren, een volledig assortiment en een kopje koffie – gemak is een belangrijke reden voor terugkerend bezoek.